Het zijn de kersen in een blauwe kom.
Het is de kom die valt en breekt tot gruis.
Het zijn de scherven in een splinterbom.
Het is de bom die neerdaalt op een huis.
Het is het huis met een ledikant.
Het is het bed dat net werd toegedekt.
Het zijn de lakens met een rode rand.
Het is het bloed dat in een groeve lekt.
Het zijn de ijzeraders van pyriet.
Het is de steen waar mensen vuur uit slaan.
Het is de vonk die in je ogen schiet.
En met die ogen kijk je mij nu aan.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten