Het kleine huis, dat aan de hoofdbaan staat,
Waarlangs de koorts van het reizen komt gevlogen,
- De bonte was hangt aan de lijn te drogen
- Wie weet, hoe zacht daarbinnen 't leven gaat?
En deze jonge moeder met het kind
- Haar dromen drijven op haar zuivre zinnen
Naar de verliefdheid van het eerste beminnen
Bij de oude omhelzing van de zomerwind.
Maar zelfs al was dit onuitzegbre mijn,
Nog zou het diepst verlangen niet verdwijnen
Om na dit derven en dit lange schijnen
Eindlijk te zíjn.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten